Publicatie Nationale Gids voor probiotica bij antibiotica een feit

De Nationale Gids van klinisch bewezen probiotica bij antibioticagebruik werd gelanceerd door een wetenschappelijke publicatie in het tijdschrift BMC Gastroenterology.

Publicatie



Lees de publicatie in BMC Gastroenterology.

De gids, die uiteindelijk bestaat uit acht producten, geeft een overzicht van klinisch bewezen probiotica  die samen met antibiotica kunnen worden gebruikt om zo antibiotica-geassocieerde diarree te voorkomen. Het heeft al geleid tot een uitnodiging voor een dubbelpublicatie in het Nederlands door het Nederlands Platform voor Farmaceutisch Onderzoek en een uitnodiging voor een opiniestuk in Huisarts en Wetenschap, het maandblad van het Nederlands Huisartsen Genootschap.

Antibiotica-gerelateerde diarree

Antibiotica worden gebruikt in de strijd tegen bacteriële ziekteverwekkers. Toch hebben deze medicijnen veelal ook een effect op de lichaamseigen bacteriën in de darm. Deze darmmicrobiota (of darmflora) maakt de werking van de darmen mogelijk en is daarmee onmisbaar voor je gezondheid. De antibiotica kan een verstorend effect hebben op de darmflora, met verschillende nadelige gevolgen. Antibiotica-gerelateerde diarree (AGD) is een van de meest voorkomende bijwerkingen. Eén op de vier volwassenen die antibiotica krijgt voorgeschreven, ontwikkelt AGD. Dit gebeurt met name bij het gebruik van breedspectrum antibiotica, zoals amoxicilline (met enzymremmer). Dit is met 1,2 miljoen uitgiftes per jaar het meest voorgeschreven antibioticum in Nederland.

Probioticagids

Eind 2016 werd in ARTIS-Micropia het startsein gegeven voor de ontwikkeling van een Nationale Gids van klinisch bewezen probiotica bij antibioticagebruik. Dit gebeurde tijdens het symposium ‘Ken uzelf’. De vandaag gepubliceerde gids geeft een praktisch overzicht van probiotica die samen met antibiotica kunnen worden gebruikt om zo antibiotica-geassocieerde diarree  en terugkerende infecties te voorkomen. Probiotica zijn volgens de definitie ‘levende micro-organismen die, indien toegediend in toereikende hoeveelheden, de gastheer een gezondheidsvoordeel bieden’. Ze beschermen de darmflora tegen de verstorende werking van een antibioticakuur, bevorderen het herstel en verkleinen de kans op terugkerende infecties. Het gebruik van bepaalde probiotica bij voor een aantal specifieke medische aandoeningen wordt breed gedragen. Zo publiceerde de European Society for Pediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN) en de World Gastroenterology Organisation vergelijkbare conclusies betreffende probioticagebruik bij antibiotica-inname voor de preventie van AGD.

Aanpak

Om de gids te kunnen samenstellen werd een algemene methodologie ontwikkeld die bestaat uit drie achtereenvolgende stappen. (i) De evaluatie van relevante klinische studies over effectieve probiotica (specifiek bij AGD) via een systematisch review. Hierbij werden uitsluitend studies geëvalueerd die aan de strengste methodologische eisen voldeden: gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek, een duidelijke definitie van antibiotica-gerelateerde diarree, en een toedieningsduur van probiotica van minimaal de duur van de antibioticabehandeling. Vervolgens werd er (ii) een lijst opgesteld met beschikbare probiotische producten, en (iii) een aanbeveling gedaan van probiotische producten die voldoen aan de criteria van een werkzame productsamenstelling. 

Melzuurbacteriën, zoals deze Lactobacillus, worden veel gebruikt in probiotica.

Uitkomsten

Op basis van deze criteria werden slechts 32 van de in totaal 128 gevonden studies geselecteerd. De resultaten van deze onderzoeken werden vervolgens samengevoegd voor elk specifiek zuivelproduct en voedingssupplement dat in Nederland verkrijgbaar is. De producten zijn uiteindelijk gegroepeerd op basis van het aangetoonde effect in minstens één tot drie onafhankelijke klinische studies. Producten kregen drie sterren als er een effect werd gevonden in tenminste drie van de geselecteerde studies; twee sterren bij een effect in twee studies; en één ster bij een effect in slechts één studie. Dit heeft geleid tot een totaal van zeven enkel- en meerstammige formuleringen die effectief zijn bij de met probiotica behandelde groep. De stam Lactobacillus rhamnosus GG (LGG) verkleint de kans op antibiotica-geassocieerde diarree het meest. In tenminste drie van de geselecteerde studies werd gevonden dat bij een minimale dagelijkse dosis van 2×10^9 (twee biljoen) kolonievormende eenheden (kve) de kans op AGD met een factor drie wordt verkleind. In deze tabel is te zien welke formuleringen worden gebruikt in verschillende producten, en hoe deze producten scoren volgens onze criteria.

Probioticalabel

Alle producten die niet de specifieke probiotische stammen en het aantal kolonievormende eenheden (kve) op het etiket vermelden zijn uitgesloten. Van de meer dan 140 probiotische producten die we in Nederland gevonden hebben, blijven er daardoor slechts acht over die we op basis van bovengenoemde studies kunnen aanbevelen (zie bovenstaande tabel). Dit wil niet zeggen dat de overige producten niet effectief zijn. We zouden daarom willen pleiten voor het gebruik van een gestandaardiseerd EU-label op probiotische producten met daarop de specifieke probiotische stammen en het aantal kolonievormende eenheden (kve). Dit is reeds het geval in de VS, en verplicht producenten de specifieke inhoud, en daarmee werkzaamheid van hun product(en) vrij te geven. Op basis van het label uit de VS, opgesteld door de International Scientific Association for Probiotics and Prebiotics (ISAPP), doen we hierbij direct een voorstel voor een vergelijkbaar EU-label.

Wetenschappelijk bewezen handvat

Hoewel er nog geen wetenschappelijke evidentie is voor het beste behandelregime, kunnen we op basis van klinische studies als vuistregel aanhouden dat probiotica gedurende de hele periode van de antibioticakuur (2 uur na inname) en tot 1 à 2 weken na de kuur moeten worden ingenomen. Hiermee biedt de gids voor specialisten, artsen en overige zorgprofessionals de mogelijkheid specifieke probiotische producten ter preventie van AGD aan te bevelen op basis van wetenschappelijke evidentie. De gids zal jaarlijks worden geëvalueerd en kan op basis van nieuw onderzoek dat voldoet aan de inclusiecriteria worden aangepast. 

Lees de publicatie.