Een beetje verliefd op Micropia

Met het wisselen van de seizoenen, wisselen de stagiairs en soms ook de lab vrijwilligers mee.

Studenten beginnen aan een stage, anderen zijn hoogzwanger of hebben andere prioriteiten gekregen. Ontzettend jammer maar begrijpelijk. Toch zijn sommigen zelfs al vanaf het begin van Micropia bij ons en werken elke week aan een eigen project. En lang niet al deze projecten zijn al in Micropia te zien!

Zoals de diatomeeën. Piepkleine organismen die ook wel kiezelwieren worden genoemd. Die vind je op meer plekken dan je zou denken. Wist je bijvoorbeeld dat ze in je tandpasta zitten? En mocht je een vuursteen vinden, dan bestaat die helemaal uit kiezelwieren. Er zijn enorm veel kiezelwieren in de prachtigste kleuren en vormen. Maar ik wil niet te veel verklappen. De vrijwilliger die met deze organismen werkt is Sheba. Sheba is na haar PhD (promotie) gaan werken als uitgever voor Elsevier en werd een beetje verliefd op Micropia. Haar enthousiasme neemt ze mee in haar project. En zij gaat jullie vertellen wat ze met die diatomeeën in het laboratorium van Micropia doet.

None

Kiezelwieren beschermen zich tegen vijanden met een ‘glazen huisje’ rond hun cel.

Mijn naam is Sheba en ik ben in september 2016 in het Micropia-laboratorium begonnen. Het was heel spannend voor mij om na vijf jaar afwezigheid weer een laboratorium binnen te gaan. Ik was al lange tijd wetenschapper voordat ik de academische wereld verliet, dus om weer in een lab te werken zonder druk was een perfecte manier om mijn vrijdagochtenden door te brengen. Mijn project bestaat uit het kweken van diatomeeën om in het museum tentoon te stellen. Diatomeeën zijn een soort algjes en komen overal ter wereld voor. Wat diatomeeën zo interessant maakt is dat hun celwand (in tegenstelling tot die van andere organismen) is gemaakt van silica. Vanwege dit silica komen ze voor in de meest verbazingwekkende vormen en formaten, en zien ze er onder een microscoop prachtig uit.

None

Wat je met het blote oog niet kunt zien, krijg je wel op je netvlies met een microscoop.

Ze groeien overal ter wereld, maar niet zo makkelijk in het lab. Diatomeeën komen in de natuur voor in stromend water, samen met andere algen. Om ze in het lab te laten groeien moet je rivierwater zien te krijgen van exact de juiste samenstelling. Dit is moeilijker dan het lijkt, en het medium waarin diatomeeën worden gekweekt bevat ten minste 20 afzonderlijke componenten. Momenteel hebben we twee soorten diatomeeën die in het lab groeien. We hopen ze (en meer) binnenkort te kunnen laten zien, dus houd je ogen open voor de diatomeeën in het museum!

Komende tijd lijkt het ons leuk om meer van deze projecten met jullie te delen. Op deze manier maken we ook het onzichtbare uit het laboratorium een beetje zichtbaar via de blog. Lijkt het jullie niet ook leuk om wat meer te weten over de organismen die we nog niet tonen in het museum?

Tot snel!