Trilhaardiertjes

-

more information

-

-

Water

Trilhaardiertjes leven vrijwel overal waar voldoende water aanwezig is. Als de microbe teveel water binnenkrijgt, kunnen ze met een kloppende vacuole overtollig water uit de cel pompen. Het pantoffeldiertje is een voorbeeld van een trilhaardiertje in een waterrijke omgeving. Pantoffeldiertjes hebben, zoals de naam doet vermoeden, de vorm van een pantoffel en leven in meren en sloten. Er zijn ook trilhaardiertjes die parasitair zijn of in de grond leven. 

Groeve als mond

Zoals de naam doet vermoeden zijn trilhaardiertjes bedekt in trilharen, oftewel cilia. Deze haartjes worden met name voor de voortbeweging gebruikt. Sommige soorten bundelen hun cilia tot een soort pootjes waarmee ze over oppervlakken kunnen ‘lopen’. De cilia worden ook gebruikt om mee te eten. Veel trilhaardiertjes hebben een mond-achtige structuur, genaamd de orale groeve. Deze is bedekt met trilhaartjes die het eten richting de voedselvacuole duwen waar de vertering plaatsvindt. Trilhaardiertjes zijn vrij grote eencelligen, waardoor ze kleinere micro-organismen zoals bacteriën en micro-algen eten. 

Symbiose

Het pantoffeldiertje Paramecium bursaria leeft in symbiose met bepaalde micro-algen. Dit pantoffeldiertje slikt de algen in, waarna de algen binnenin het pantoffeldiertje verder leven. Beide organismen hebben baat bij deze samenlevingsvorm. Het pantoffeldiertje biedt de algen bescherming, kooldioxide en voedingsstoffen. De algen produceren door middel van fotosynthese zuurstof en koolhydraten. Dit zijn vervolgens weer voedingsstoffen voor het pantoffeldiertje.